Werken met een chronische aandoening moet van stigma af

De boodschap dat een medewerker een chronische aandoening heeft, zoals reuma of de ziekte van Crohn, komt bij veel werkgevers hard aan. Het is taboe. Heel veel medewerkers durven het niet te vertellen. Ze maken zich zorgen over hun baan en toekomstmogelijkheden. Het is een groeiend probleem dat een chronische aandoening leidt tot uitval op het werk. Daarom is het goed dat de Sociaal Economische Raad een advies heeft uitgebracht om werkbehoud van chronisch zieke werkenden te stimuleren. Dat vraagstuk is te kenschetsen als een monster met veel koppen, daar is een grondige aanpak voor nodig.

Bij een werknemer die hoort een chronische aandoening te hebben, slaat onzekerheid toe. Kan ik het mijn werkgever vertellen, hoe gaat mijn manager er mee om? Welke ondersteuning kan ik van mijn huisarts of specialist verwachten? De informatievoorziening is enorm versnipperd. Terwijl een op de drie werkende Nederlanders een chronische ziekte heeft. Iemand die ziek is, krijgt al snel een stempel probleemgeval. Helaas is dat zelfs bij een deel van de bedrijfsartsen nog altijd het geval. We moeten van dat stigma af. Het mag best benadrukt worden dat heel veel goed gaat bij werkenden met een chronische ziekte. Ze zijn vaak tot in de punten van de tenen gemotiveerd om aan de slag te blijven. En vertonen een enorme veerkracht om met hun mogelijkheden om te gaan.

Positieve benadering

Werkgevers en leidinggevenden kunnen een enorme impuls aan vertrouwen en veerkracht geven door uit te spreken wat wél kan. En waardering te geven voor wat iemand presteert. Dat is onze ervaring in het kennisplatform Fit for Work. Waar bereidheid is om samen naar oplossingen te zoeken, hebben we al héél veel gewonnen. We hebben meer baat bij een positieve dan een negatieve benadering. Gelukkig zijn er veel werkgevers die oplossingen bedenken die het makkelijker maken het werk vol te houden. Van flexibele werktijden tot thuis werken, van een aangepast takenpakket of werkplek tot omscholing.

Veel artsen kunnen van grote waarde zijn door werk als behandeldoel mee te nemen. Bedrijfsartsen komen vaak pas in beeld als iemand uitvalt. Meer aandacht en beloning voor arbeidsparticipatie als behandeldoel in de zorg zal zeker leiden tot verbeteringen. Het hebben van werk is vaak een noodzaak en het geeft voldoening, je voelt je betekenisvol.  Zorg- en hulpverlener kunnen helpen om aan het werk te blijven. Door te voorkomen dat de gevolgen van de chronische aandoening erger worden, maar ook door vroegtijdig naar werk te vragen en patiënten te ondersteunen om te blijven werken. Verbetering van samenwerking tussen arbeidsgerelateerde zorg en de reguliere zorg is lonend. Naar verwachting hebben in 2030 ongeveer 7 miljoen mensen een chronische aandoening, dat is 40% van de bevolking.

Ruim twee derde van de mensen met een zelfgerapporteerde chronische aandoening van 20 tot 65 jaar heeft een betaalde baan. Acht van de tien mensen in dezelfde leeftijd zonder chronische ziekte heeft een betaalde baan. De maatschappij kan alle talenten gebruiken, het is belangrijk mensen met een chronische aandoening productief te houden. Mensen met werk hebben een zelfstandig inkomen, betalen belasting en zijn minder zorgbehoevend.

Een samenhangend overheidsbeleid voor werkbehoud, toegankelijke informatievoorziening voor werknemers en werkgevers, betere aansluiting van arbeidsgerelateerde en reguliere zorg, het helpt allemaal. Een combinatie van oplossingen die naast elkaar worden ingezet leiden tot een breed bereik. Het SER advies leidt mogelijk tot meer focus voor dit vraagstuk en minder versnippering. Daar zijn alle betrokkenen bij gebaat. Een stimulerende  bedrijfsvoering met vanzelfsprekende aandacht voor welzijn en geluk van medewerkers is in alle opzichten profitable.

Drs. Paul Baart, voorzitter Fit for Work Nederland, directeur st. Centrum Werk Gezondheid en voorzitter International Institute for Health Management and Quality, Lid van de commissie Werk Gezondheid